Verwekt in de sneeuwrijke maand februari van het jaar 1970, geboren halverwege de (uitzonderlijk) warme maand oktober van datzelfde jaar als telg uit een geslacht van zeevaarders, boeren, bakkers en notabelen. Oudste van twee zonen. Groeide op tussen de bossen en zandverstuivingen van de Utrechtse heuvelrug, bracht vrijwel iedere schoolvakantie door op het eiland Texel, waar de familie van moederskant al sinds mensenheugenis resideert. Wilde geen brandweerman, politieman of piloot worden, maar graaf van Holland of naaste assistent (en opvolger) van Michiel de Ruijter. Las ter voorbereiding hierop onder meer de Lage Landen van Jaap ter Haar, de Tiuri-romans van Tonke Dragt en alles van Thea Beckman. Werd desondanks niet beschouwd als wereldvreemd. Deed achtereenvolgens aan judo, tennis en voetbal. Zat op pianoles. Ging ter voorbereidend wetenschappelijk onderwijs in het dorp van Vestdijk. Droeg spijkerjacks en zwarte coltruien, rookte filterloze Gauloises, bezocht bedompte cafés, maar las geen Sartre. Droomde niet van het echte leven, wilde zich geen voorstelling maken van het echte leven. Wilde wel studeren (Middeleeuwse Studies, wat anders). Kreeg van zijn vader een stokoude Olivetti Personal Computer cadeau, zo een met grote, slappe diskettes waarop zowel de programma’s (WP 5.1) als de bestanden stonden en begon te schrijven.