Een man die

al een tijdje niet meer heeft gekeken in zijn muisvriendelijke muizenval en nu een verhongerde muis aantreft. Hij begraaft de muis en zet twee eierdopjes water en een luciferdoosje vol geraspte kaas in de val en ook een dot katoen, tegen de kou.

Een man die

dacht dat de vrouw die hem aansprak toen hij buiten het café stond te roken een zwerver was. De vrouw vroeg hoe de man heette, de man zei zijn naam en de vrouw zei na enig nadenken: ‘Nee, die naam die ken ik niet.’ Toen begonnen de mannen met wie de man stond te roken een gesprek met de vrouw, ze bleek een beroemde, maar nogal dronken actrice, ze moest naar huis, haar fiets moest mee, maar aan de hand, want vorige week was ze ook al in de gracht gereden.

“Iemand plakt

een bliksemflits op het raam, haalt hem meteen weer weg.

Een man die

het ook niet kan helpen. Als zijn vrouw hem vraagt op te scheppen, laat hij de aardappels links liggen, spreidt zijn armen en verkondigt: ‘Ik heb vandaag zóóó’n vis gevangen.’

Een man die

denkt dat hij kiespijn heeft, maar van dat idee afstapt na het drinken van een glas ijskoud water dat de pijn eerder verzacht dan verergert. Zijn collega vraagt of hij soms knarsentandt in zijn slaap. Dat weet de man niet, natuurlijk. Maar op weg naar huis realiseert hij zich dat hij zijn kaken spant als hij autorijdt. Datzelfde als hij eten kookt, televisie kijkt – hij spant zijn kaken zelfs als hij in bed ligt te lezen.

Een man die

het ook niet kan helpen. Als zijn vrouw hem vraagt de klok op te winden, streelt hij de wijzerplaat en koert: ‘O schatje, vind je dat lekker, schatje.’

De elfde column van Marek van der Jagt

Een  jaar of vier geleden werd de redactie van Filosofie Magazine gebeld door de uitgever van Marek van der Jagt. Men was van plan het verzameld werk van deze schrijver uit te geven en daarin mochten de tien columns die Marek voor Filosofie Magazine had geschreven natuurlijk niet ontbreken. Ik werkte destijds bij de uitgeverij die Filosofie Magazine uitgaf. Ik schreef een elfde column en ik stelde de redactie voor die elfde column op te sturen naar Mareks uitgeverij, samen met die andere tien columns. Dat leidde tot onenigheid. Een deel van de redactie vond het de grap van de eeuw (nou ja, van de maand). Een ander deel vond dat ‘we’ zoiets niet konden maken.  Uiteindelijk bereikten we een waterig compromis: we wezen de uitgever van Marek van der Jagt op de elfde column. En stelden voor er een prijsvraag aan te verbinden. Een soort ‘wie van de elf’.  Mareks uitgeverij heeft nooit meer iets van zich laten horen. Misschien was de column gewoon niet goed genoeg. Oordeel zelf:

Schaamte

Grote denkers koesteren hun schaamte.

Wanneer u deze uitspraak opvat als zijnde pornografisch, beschikt u ofwel over een teveel aan schaamte, of u lijdt aan een schrijnend gebrek daaraan.

Jammer genoeg heeft schaamte een slechte naam. Ook onder grote denkers. Nietzsche beweerde: ‘De fijnste humaniteit openbaart zich in de wens om anderen schaamte te besparen.’

Zoals zovelen verwarde Nietzsche humaniteit met wellevendheid.

Want waarom zou je de ander schaamte willen besparen? Wie zich schaamt, wordt geconfronteerd met een beangstigende, maar hygiënische gedachte: ik kan niet aan mezelf ontsnappen. Wie deze gedachte omarmt, is verlost van de drang tot authenticiteit die de mensheid in het algemeen en de kunst in het bijzonder zoveel schade berokkent. Hij kan iedere rol spelen die hij wil, in de wetenschap dat hij zichzelf nooit zal kunnen afschudden.

Ik beschouw dat als een troost.

Op het moment dat Nietzsche zijn schaamte vergat en een paard omhelsde, verloor hij zijn verstand. Datzelfde geldt niet voor Gerard Reve, maar Gerard Reve is dan ook geen groot denker. Bovendien had Gerard Reve het niet gemunt op een paard, maar op een ezel en was er geen sprake van een omhelzing, maar van iets oneindig veel intiemers.

Er zijn mensen die beweren dat Nietzsche met het omhelzen van dat paard niet de waanzin, maar een verlichte staat inluidde. Hij ontsteeg de wereld en openbaarde een waarheid die voor ons, zich plaatsvervangend schamende stervelingen, verborgen bleef.

Mensen die dat beweren, zouden zich moeten schamen.

Anderen beweren dat Gerard Reve wel degelijk een groot denker is, omdat hij een God bedacht in wie je niet hoeft te geloven. Dromen dat je in hem gelooft is al genoeg. Lang leve de goede bedoelingen.

Ook deze mensen zouden zich moeten schamen.

Wij leven in het Europees jaar van personen met een handicap. Ik wil bij deze oproepen tot een Europees jaar van personen die zich schamen. Laat ik met mezelf beginnen. Ik schaam me voor degenen die zich schamen omdat ze stiekem naar reality soaps kijken. Ik schaam me voor degenen die zich schamen omdat zij vanavond biefstuk eten terwijl elders op de wereld honger wordt geleden. Ik schaam me voor degenen die zich schamen omdat ze, ondanks dat ze meeliepen in demonstraties tegen de oorlog in Irak, maar geen genoeg kregen van de beelden van de arrestatie van Saddam Hussein.

Ook schaam ik me voor mijn voeten.

Tijdens dit Europese jaar van personen die zich schamen (begroting 12 miljoen euro), zal ik een vijfdaagse cursus organiseren. De werktitel: schaamte kun je leren. Hans Adam II van Liechtenstein heeft zijn medewerking toegezegd. Ook ben ik in onderhandeling met Harry Mulisch. De cursus is bedoeld voor mensen die (a) lijden aan een teveel aan schaamte of (b) zich graag zouden willen schamen, maar niet weten hoe dat moet.

Verwar dit overigens niet met een pleidooi. Ook ik zou graag een paard omhelzen.

Marek van der Jagt

Twiet (verkiezingsavond)

twitter

“De F16’s hadden

bijgetankt, waren meteen weer opgestegen, zetten koers naar zee, toen de order werd gegeven, keken de piloten elkaar meewarig aan, maar ja, bevel is bevel en precies tegelijk drukten ze op hun rode knop, de raketten vielen, zweefden even in het luchtledige, schoten naar voren, recht op de orkaan af, iedereen hield zijn adem in, iedereen behalve Frederik van Hogendorp, want die had wel wat beters te doen, Elisabeth was al op weg naar Nederland, maar Frederik zat bij de open haard in zijn villa op een heuvel buiten de stad en voerde de vlammen kleine hapjes uit de envelop die Junior hem die ochtend had gegeven, pas toen alles tot as was vergaan, stond hij op, liep de tuin in en keek uit over de stad die juist werd overrompeld door de orkaan, met in z’n kielzog een meters hoge vloedgolf die mens, dier, plant en steen vermorzelde.”

Uit het verhaal ‘De orkaan is onderweg

“Als iemand de bovenste voorhoofdsrimpel

met een houw dwars doorklieft, boet hij 2 solidi.

Als hij de onderste doorklieft, boet hij 4 solidi.”

(Bron.)