‘Een man die’ in Kortverhaal [verhaal]

Gepubliceerd op 14 mei 2010 om 17:58

In het verhaal ‘Een man die’, gepubliceerd in Kortverhaal nummer 3 van 2010, maken we kennis met een man die... 

Een man die

David Veldman

[verhaal]

 

Een man die alleen kan slapen in absolute stilte. Maar heeft hij zijn op maat gemaakte oordopjes in, dan ligt hij nog uren wakker, bang dat hij iets niet hoort: de inbreker die het slaapkamerraam forceert, de waterkoker die kortsluiting veroorzaakt en de keuken in lichterlaaie zet.

 

Een man die zijn geheugen niet vertrouwt. Heeft hij de voordeur op slot gedraaid, dan denkt hij al na een paar seconden dat hij zich het op slot draaien van de dag ervoor herinnert. En niet het op slot draaien van zonet.

 

Een man die denkt dat het allemaal zijn schuld is. Zo verliest zijn favoriete voetbalploeg omdat hij, geheel tegen zijn gewoonte in, pas tien minuten na het begin van de wedstrijd heeft ingeschakeld.

 

Een man die wanneer hij in de bus te vroeg op het knopje drukt toch uitstapt.

 

Een man die de supermarkt niet in durft omdat hij bij de drogist al tandpasta en shampoo heeft gekocht en bang is dat de caissière hem van diefstal zal betichten.

 

Een man die snakt naar een verraste glimlach, een dankbaar opgestoken hand. Dus remt hij voor de auto die achter de haaietanden staat te wachten. Wat een kleine opstopping veroorzaakt en een verbaasde blik (van degene die hij voorliet). En een hels getoeter.

 

Een man die je uren kan vervelen met weetjes als: toen Maurits van Nassau op 2 juli 1600 bij Nieuwpoort de legers van de Habsburgers versloeg, was het exact 302 jaar geleden dat Maurits' voorvader, Rooms-koning Adolf van Nassau, bij Göllheim slag leverde met de Habsburger Albrecht van Oostenrijk. Adolf verloor de slag, zijn kroon en zijn leven en de Nassaus zonken terug in de anonimiteit, die duurde tot de heuglijke dag dat Adolfs verre nazaat Willem, de vader van Maurits, het prinsdom Orange in de schoot geworpen kreeg.

Een man die vertelt over de winter van 1657/’58. Hoe streng die was. Van eind januari tot begin maart rijdt men op de Maas met door paarden voortgetrokken sleden. En de Zweedse koning Karel Gustaaf marcheert vanuit het pas veroverde Jutland met een leger van 12.000 man over de bevroren zeeën (en de eilanden Funen, Langeland, Lolland en Falster) vrijwel ongehinderd naar Kopenhagen.

 

Een man die telkens als een hardrijder hem voorbij raast groot licht op zet, hopend dat de onverlaat denkt dat hij wordt geflitst.

 

Een man die denkt dat hij kiespijn heeft, maar van dat idee afstapt na het drinken van een glas ijskoud water dat de pijn eerder verzacht dan verergert. Zijn collega vraagt of hij soms knarsentandt in zijn slaap. Dat weet de man niet, natuurlijk. Maar op weg naar huis, realiseert hij zich dat hij zijn kaken spant als hij autorijdt. Datzelfde als hij eten kookt, televisie kijkt - hij spant zijn kaken zelfs als hij in bed ligt te lezen.

 

Een man die antwoordt: ‘Ik heb de tv zo hard gezet omdat jij zo'n herrie maakte.’ ‘Herrie?’ zegt zijn vrouw. ‘Maakte ik herrie?’ De man denkt na. Hij herinnert zich dat hij de afstandsbediening pakte en de tv harder zette, hij herinnert zich ook nog dat hij dacht: ‘Wat een herrie’, maar de herrie zelf herinnert hij zich niet. Hij kijkt zijn vrouw aan, zijn vrouw kijkt terug. ‘Geintje!’ probeert de man. Maar daar gelooft zijn vrouw niks van.

 

Een man die al een tijdje niet meer had gekeken in zijn muisvriendelijke muizenval en nu een verhongerde muis aantreft. Hij begraaft de muis en zet twee eierdopjes water en een luciferdoosje vol geraspte kaas in de val en ook een dot katoen, tegen de kou.

 

Een man die een collega hoort vertellen over haar broer, die model is, zijn laatste klus was een kalender voor defensie, hij droeg alleen een zwembroek, zo'n kleintje, haar moeder was geschokt. De man vraagt zich hardop af of er sprake is van nieuw beleid, daar bij Defensie. Dat ze proberen jonge homoseksuelen te paaien met een stoute kalender. Zijn collega kijkt hem niet begrijpend aan, dan schiet ze in de lach en zegt: ‘De Fancy. De kalender van de Fancy.

 

Een man die altijd bereid is mensen berusting aan te praten, desnoods met de vuist op tafel.

 

 

 

‘Een man die’ verscheen in Kortverhaal nummer 3 van 2010. Op dit verhaal rust auteursrecht.