‘Waist nog wel’ in De Gids [verhaal]

Gepubliceerd op 26 juni 2026 om 17:08

In het verhaal Waist nog wel, dat dit najaar verschijnt in literair tijdschrift De Gids, is God een verlopen Groninger privédetective die betrokken raakt bij een mysterieuze moordzaak. 

 

Waist nog wel

David Veldman

[fragment]

 

 

1.

God is een privédetective die terugdenkt aan de muizige meisjes in plooirokken die – lang, lang geleden – door de straten van Oudwolda schuifelden en angstvallig vermeden haar aan te kijken, ze durfden haar zelfs niet te vragen of ze alsjeblieft opzij wilde gaan. Iedere middag koos zij, bink op slangenleren cowboylaarzen, positie in de steeg achter de reformatorische scholengemeenschap, Caballero zonder filter in de rechtermondhoek, en iedere middag ontstond er een opstopping van hulpeloos naar hun schoenpunten starende lammetjes – tot God quasi-verrast opkeek uit haar beduimelde exemplaar van Nietzsche’s Antichrist en riep: ‘Moar wichtjes doch, ik had ie hielemaol nait zain!’

Een jongen was ze, en beslist geen aardige jongen.

 

2.

God drentelt heen en weer tussen bureau en archiefkast, ze drinkt opgewarmde koffie, steekt de ene Caballero aan met de andere, oefent Delons borende en Gabins verveelde blik in haar scheerspiegel, ze wacht, met andere woorden, tot iemand – en dan bedoelt ze niet de buurman met zijn gemeen snerpende viool (ook in hem woonde ze heel even, gewoon omdat het kan) – de stilte komt doorbreken, liefst natuurlijk een femme fatale met smeulende blik en een gedurfde levenswandel. Maar Stad is te klam voor overspel, te nat voor complotten, het regent al dagen achtereen, de goten lopen over, mensen haasten zich over straat, verscholen onder hun paraplus, lonkende blikken lossen op in een grijs gordijn; toen God vanmorgen een cappuccino en een croissantje ging halen, ontging haar bijna de puisterige puber die stotterend probeerde haar te beroven – een mes maakt nou eenmaal meer indruk als het schittert in de zon.

Het is sowieso allemaal stukken minder spannend dan God had verwacht. In de detective-romans die ze verslindt, wemelt het van de kleurrijke schurken en Escheriaanse intriges, maar deze privédetective, Hille heet hij, houdt zich vooral bezig met het begluren van ziekgemelde werknemers – zijn ze echt ziek of klussen ze stiekem bij, hoe banaal wil je het hebben. Aan de andere kant, wat niet is kan nog komen, God bewoont dit lichaam tenslotte pas een week en die mijmering van daarnet over het Oudwolda van lang geleden was veelbelovend, ook omdat die iets (maar wat? o, zalige onwetendheid der lineairen!) te maken lijkt te hebben met de druipende jongedame die zojuist Gods kantoor binnenwandelde. Halverwege de dertig is ze en allesbehalve muizig, verlegen lijkt ze ook al niet, hooguit een beetje onhandig, zoals ze bijna over de drempel struikelde.

‘U bent langer dan ik had verwacht,’ zegt de jongedame en steekt een poezelig handje uit.

 

 

 

Het hele verhaal lezen? Je vindt het binnenkort in De Gids.

Op dit verhaal rust auteursrecht. Tekst- en datamining zijn niet toegestaan.