Bakvis [feestrede]

Gepubliceerd op 16 oktober 2026 om 23:05

Vrijdag 16 oktober hield schrijver Gert den Toom zijn bundel Polaroid van de dag 3 ten doop in de Utrechtse Boekenbar. Ik mocht de presentatie komen opluisteren met een feestrede die je hieronder kunt lezen.

 

Bakvis

David Veldman

[feestrede]

 

Het voelt een beetje raar om op de boekpresentatie van de ene schrijver een ode te brengen aan een andere schrijver. Maar dat is toch echt waar Gert om vroeg. ‘In mijn nieuwe bundeling,’ mailde hij, ‘staan opvallend veel stukken die gaan over kunstenaars, schrijvers en filmmakers die ik bewonder en de pelgrimages die ik voor hen heb ondernomen. Zou jij ook een verhaal kunnen vertellen over zo’n pelgrimage?’

Daar moest ik even over nadenken. Ik bewonder heel veel schrijvers, filmmakers en kunstenaars, maar een pelgrimage? Toen schoot me iets te binnen. A.M. Homes, Lutherse Oude Kerk, Amsterdam, 13 oktober 2022, mijn 52e verjaardag. Hoe ik tegenover haar stond, een stapel stukgelezen paperbacks onder de arm, giechelend als een bakvis.

‘Ja, ik doe het,’ mailde ik terug en schreef een versie, schreef nog een versie, en nog één, en nog één, las die laatste versie voor aan mijn vrouw, zuchtte diep, en herinnerde me dat nummer van de Raggende Manne, de kortste Nederlandstalige single ooit, getiteld: ‘Nee ’s niks.’

 

Waaróm was het niks? Ooit had een vriend van me gevraagd waarom ik de verhalenbundel Things you should know van A.M. Homes zo goed vond. ‘Haar verhalen doen denken aan die van Raymond Carver,’ antwoordde ik, ‘maar dan nóg beter. Raar. Dreigend. En toch knus. Alsof Carvers brein is versmolten met dat van David Lynch.’ Dat klinkt leuk, maar het voelt ook ongemakkelijk: een vrouwelijke auteur prijzen door te stellen dat ze een versmelting is van twee mannelijke breinen. Om Wim Sonneveld te citeren, die zich weer baseerde op een column van Simon Carmiggelt: ‘Ja, je singt wel lekker, het komt alleen een beetje rottig je strot uit.’

Afgelopen zomer bezochten mijn vrouw en ik Knole House u weet wel, het ouderlijk huis van Vita Sackville West, de minnares van Virginia Woolf. En u weet vast ook dat Virginia Woolf Vita vereeuwigde in Orlando, de hoofdpersoon van haar gelijknamige roman. Orlando valt op een middag als man in slaap en wordt wakker als vrouw. Misschien is dat de oplossing, dacht ik terwijl ik werkte aan versie zoveel van dit verhaal, en herschreef mijn lofzang op A.M. Homes tot: ‘Het was alsof Raymond Carver en David Lynch op een broeierige namiddag naast het zwembad in slaap waren gevallen. Toen ze in het holst van de nacht wakker schrokken, bleken hun breinen versmolten én waren ze van geslacht veranderd.’


Ietsje beter, dacht ik, maar het blijft gezocht. Net als de rest van mijn verhaal, waarin ik ietwat krampachtig probeerde een vrij triviale gebeurtenis – man van middelbare leeftijd staat tegenover een van zijn lievelingsauteurs en begint te giechelen – uit te bouwen tot, ja, tot wat eigenlijk?

Misschien moest ik een ander onderwerp kiezen. Ooit waren mijn vrouw en ik Faust achterna gereisd, tot aan Staufen, een stadje in het Zwarte Woud. Ik had zelfs voor de deur gestaan van de hotelkamer waar Faust zijn einde vond, ofwel door de handen van Mephistopheles, die Fausts nek brak en hem dwars door het raam naar buiten sleurde richting hel, ofwel door eigen hand, via een alchemistisch experiment dat mislukte, de ontploffing was zo hevig dat hij door het raam naar buiten werd geslingerd. Toen we door Staufen liepen, viel ons op dat er overal in de stad scheuren in de muren zaten. Was dat de vloek van Faust? In zekere zin wel, ontdekten we. Onder het stadje was naar aardwarmte geboord, met onverwachte effect: er bleek zich namelijk een laag anhydriet, een soort gips, onder het stadje te bevinden. Toen de boren het grondwater bereikten, werd dat opgezogen door de gipslaag, die meteen begon uit te zetten, op sommige plekken met een centimeter per maand. Het verantwoordelijke bedrijf schikte uiteindelijk voor een miljoen euro, de reparatiekosten bedragen inmiddels het vijftigvoudige.

 

‘Ook leuk,’ zei mijn vrouw toen ik haar mijn idee voorlegde. ‘Maar wat er mis met dat verhaal over A.M. Homes? Het is toch grappig dat jij, een over ’t algemeen welbespraakte man van 52, in de rij staat voor een schrijver van, hoe oud was ze, begin 60? – dat jij dus in de rij staat en vraagt of ze niet alleen haar nieuwste boek voor je wil signeren, zoals alle anderen in de rij, maar ook de enorme stapel stukgelezen paperbacks onder je arm, en dat zij dan een grapje maakt dat je niet helemaal kunt plaatsen, is ze je aan het plagen of is ze aan het flirten? En dat je in normale doen iets grappigs terug zou zeggen, liefst met een verwijzing naar een of ander obscuur literair werk waarvan je toevallig weet dat zij het ook kent, maar dat dat deze keer niet lukt. Dat je in plaats daarvan begint te blozen en te giechelen. En dat je dat helemaal niet erg vindt. Sterker nog, ik weet nog hoe euforisch je was. Dat je op je 52e nog steeds in staat was te bewonderen als een bakvis.’

‘Tja, als je het zo zegt,’ zei ik. ‘Misschien moet het verhaal dan toch daarover gaan.’

 

Meer literaire pelgrimages? Lees Polaroid van de dag 3 van Gert den Toom. Maar wees gewaarschuwd, de Polaroids zijn verslavend. En ook nog eens fantastisch vormgegeven.

Op deze feestrede rust auteursrecht. Tekst- en datamining zijn niet toegestaan.